Personalised Medicine, bij milde tot matige depressie

Uit cijfers blijkt dat het gebruik van antidepressiva onder de Nederlandse bevolking erg hoog is. Het gebruik van antidepressiva in Zuid- Limburg ligt bovendien met 9% boven het landelijk gemiddelde van 6%. Daarnaast zien we dat een kwart van de starters met antidepressiva na 1 recept stopt en 45% zelfs binnen het half jaar. Mogelijke oorzaken hiervan zijn het ontbreken van een uniforme indicatiestelling, een afwijkend metabolisme (bijwerkingen, geen/gering effect en suboptimale medicatiebegeleiding bij de eerste uitgifte).

Dit project wordt geïnitieerd door de proefregio’s Anders Beter en MijnZorg. In deze programma’s  nemen partijen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de gezondheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg in de Oostelijke en Westelijke Mijnstreek te verbeteren (triple aim).

De overall hoofddoelstelling is om de kwaliteit van depressiezorg in de eerste lijn in zowel Westelijke als Oostelijke Mijnstreek te verbeteren.

 

Iedere patiënt is anders en daarom kan een ieder, zelfs als er sprake is van hetzelfde ziektebeeld, anders reageren op eenzelfde medicijn.

 

Wetenschappelijk onderzoek
Door middel van dit project willen we onderzoeken of de inzet van farmacogenetica bij het eerste recept bijdraagt aan een toename van de kwaliteit van leven bij de patiënt door het verminderen van over- en onderbehandeling en ineffectieve behandelingen. Tevens moet dit leiden tot goed gebruik van geneesmiddelen effectief, veilig en doelmatig.  Concreet houdt dit wetenschappelijk onderzoek in dat er in de huisartspraktijk wangslijm van de patiënt wordt afgenomen, dit wordt vervolgens naar het Erasmus MC, klinische chemie, gestuurd waar randomisatie zal plaatsvinden en er bij de interventiegroep genotypering wordt uitgevoerd. De uitslag van deze genotypering zal na ongeveer 2 weken gecommuniceerd worden naar de apotheker van betrokken patiënt. Op basis van de genotypering kunnen we 4 types onderscheiden:

  • Poor metabolizer (PM): sterk verlaagde of afwezige metabole capaciteit
  • Ultrarapid metabolizer (UM): verhoogde metabole capaciteit
  • Extensive metabolizer (EM): normale metabole capaciteit
  • Intermediate metabolizer (IM): verlaagde metabole capaciteit

De apotheker zal vervolgens een medicatieadvies formuleren; behoud van de reeds voorgeschreven medicatie, een verhoogde danwel een verlaagde dosis van het medicijn of een medicatieswitch. Medicatiebeoordeling wordt noodzakelijk geacht bij:

  • polyfarmacie patiënten met 5 of meer chronische geneesmiddelen
  • een afwijkend genotypeprofiel
  • de patiënt die veel last heeft van bijwerkingen
  • de patiënt die geen effect ervaart van zijn/haar medicatie
  • therapieresistente patiënten
  • de patiënt die al meermaals van medicatie is gewisseld

Het medicatieadvies wordt door de apotheker besproken met de huisarts in een multidisciplinair overleg waarna de behandelaar, indien nodig, kan overgaan tot het voorschrijven van het geschikte geneesmiddel.

Niet-Pluis patiënten
Een tweede pijler van het project zijn de zogenoemde niet-pluis patiënten. Een “niet-pluis patiënt” is een patiënt van 18 jaar of ouder die N05A en/of of N06A medicatie gebruikt, waarvan de huisarts of apotheker een onderbuikgevoel heeft dat de patiënt boven gemiddeld bijwerkingen danwel onder gemiddeld resultaat ervaart. Gedurende de looptijd van het project hebben de deelnemende normpraktijken de mogelijkheid om deze patiënten (maximaal 5 per normpraktijk) genotypering aan te bieden. Dit valt buiten het wetenschappelijk onderzoek. Voor wat betreft de medicatiebeoordeling zijn dezelfde voorwaarden van toepassing als binnen het wetenschappelijk onderzoek.

De doelstelling van deze projectpijler is ervaring opdoen met het doen, aanvragen en implementeren van genetisch onderzoek in de praktijk enerzijds en anderzijds ervaring op te doen met bij polyfarmacie patiënten met een afwijkend metabolisme aangezien hier nog geen richtlijnen voor bestaan.

Afbouwbegeleiding
Als derde en laatste pijler krijgen patiënten, die meedoen aan het wetenschappelijk onderzoek, een begeleidings- en evaluatiegesprek voor de afbouw van antidepressiva aangeboden. Gestructureerde afbouwbegeleiding bestaat op dit moment nog niet en zeker niet multidisciplinair. Met dit onderdeel van het project wordt dan ook beoogd om hier  ervaring mee op te doen. Onder “begeleidingsgesprek  bij afbouw van antidepressiva in de 1ste lijn” wordt verstaan het houden van een geprotocolleerd begeleidingsgesprek betreffende de afbouw van N06A medicatie met de patiënt. Voorwaarde is echter dat zowel behandelaar als patiënt bereid zijn om daadwerkelijk tot afbouw over te gaan. Op het einde van de afgesproken afbouwtermijn volgt het “eindgesprek” waarin het resultaat van de afbouw wordt besproken. Tussen begeleidings- en eindgesprek zullen er evaluatiemomenten plaatsvinden, dit kan zowel fysiek als telefonisch.

Actueel
Momenteel zijn er twee werkgroepen actief, Onderzoek, logistiek en registratie en Communicatie en scholing, om de randvoorwaarden te scheppen voor de start van het project. Tevens is er een start gemaakt met de werving van normpraktijken waarvan we er 15 nodig hebben.  De vermoedelijke startdatum is september 2019.

Het project wordt vanuit de proefregio’s MijnZorg en AndersBeter geïntieerd en wordt mede mogelijk gemaakt door zorgverzekeraar CZ. De projectleiding wordt  gefinancierd door VEZN.

Farmacogenetica is het wetenschappelijk vakgebied waarbinnen onderzoek wordt gedaan naar variaties in het DNA die de reactie van een individu op een medicijn kunnen beïnvloeden; dit geldt voor zowel het therapeutische effect van het medicijn als de mogelijke bijwerkingen die het medicijn kan veroorzaken.